Boekenweekgeschenken


In de jaren '80 ben ik langzaamaan boekenweekgeschenken gaan verzamelen. Elk jaar komt er vanzelf weer een exemplaar bij. Ik mis er nog 11 van voor 1947, maar die zijn alleen voor veel geld verkrijgbaar.

Hieronder: zicht op mijn verzameling.

De volgende uitgaven heb ik in mijn bezit: 

 

1930-1949

 

1939: Antoon Coolen, Augusta de Wit en Johan van der Woude, Drie novellen

1947: Antoon Coolen, De Ontmoeting

1948: Hella S. Haasse, Oeroeg

1949: Clare Lennart, Twee negerpopjes

 

1950-1969

 

1950: Marianne Philips, De zaak Beukenoot

1951: Olaf J. de Landell, De porselein tafel

1952: Manuel van Loggem, Insecten in plastic

1953: Anthonie Donker, Tien verhalen

1954: Jacques den Haan, Adriaan Morriën en Charles Boost, Goed geboekt

1955: Clare Lennart, Op schrijversvoeten door Nederland

1956: dr. P.H. Ritter jr., Ontmoetingen met schrijvers

1957: prof. dr. J. Presser, De nacht der Girondijnen

1958: A. Defresne, Het gehucht

1959: Hella S. Haasse, Dat weet ik zelf niet

1960: Elisabeth (de Jong-)Keesing, De zalenman

1961: Agaath van Ree, De onbekende uren

1962: Anton Koolhaas, Een schot in de lucht

1963: prof. dr. J. Presser, Europa in een boek

1964: Robert van Gulik, Vier vingers

1965: Harry Paape, De Geuzen

1966: Theun de Vries, Het zwaard, de zee en het valse hart

1967: Jan de Hartog, Herinneringen van een bramzijgertje

1968: Max Dendermonde, Kom eens om een keizer

1969: Hubert Lampo, De goden moeten hun getal hebben

 

1970-1989

 

1970: Jan Gerhard Toonder, Kasteel in Ierland

1971: D.H. Couveé, Protest per prent. Schoppen tegen heilige huisjes

1972: Poesie

1973: Bertus Aafjes, Een lampion voor een blinde, of De zaak van de Hollandse heelmeesters

1974: Karel Reijnders, Als ik, bij voorbeeld, de geest van mijn moeder op den rand van mijn bed zag zitten

1975: C. Buddingh’, Bericht aan de reizigers

1976: Hermine Heijermans, Snikken & Smartlapjes

1977: Mies Bouhuys, Herman van Run en Nico Scheepmaker, Even geduld a.u.b.

1978: Marnix Gijsen, Overkomst dringend gewenst

1979: S. Carmiggelt en Peter van Straaten, Mooi kado

1980: Janwillem van de Wetering, De verdachte Verheugt

1981: Henri Knap, De Ronde van ’43

1982: Marten Toonder, De andere wereld

1983: Wim Kan, Soms denk ik wel eens bij mezelf…

1984: Maarten ’t Hart, De Ortolaan

1985: Remco Campert, Somberman’s actie

1986: Marga Minco, De glazen brug

1987: Tessa de Loo, Het rookoffer

1988: J.M.A. Biesheuvel, Een overtollig mens

1989: Hugo Claus, De zwaardvis

 

1990-2009

 

1990: F. Springer, Sterremeer

1991: Cees Nooteboom, Het volgende verhaal

1992: A.F.Th. van der Heijden, Weerborstels

1993: Willem Frederik Hermans, In de mist van het schimmenrijk.

1994: Hella S. Haasse, Transit

1995: Leon de Winter, Serenade

1996: Adriaan van Dis, Palmwijn

1997: Renate Dorrestein, Want dit is mijn lichaam

1998: Arnon Grunberg, De heilige Antonio

1999: Connie Palmen, De erfenis

2000: Harry Mulisch, Het theater, de brief en de waarheid

2001: Salman Rushdi, Woede

2002: Anna Enquist, De ijsdragers

2003: Ronald Giphart, Gala

2004: Thomas Rosenboom, Spitzen

2005: Jan Wolkers, Zomerhitte

2006: Arthur Japin, De grote wereld

2007: Geert Mak, De brug (in het Turks Köprü)

2008: J. Bernlef, De pianoman

2009: Tim Krabbé, Een Tafel vol Vlinders

 

2010-2029

 

2010: Joost Zwagerman, Duel

2011: Kader Abdolah, De kraai

2012: Tom Lanoye, Heldere Hemel

2013: Kees van Kooten, De verrekijker

2014: Tommy Wieringa, Een mooie jonge vrouw

2015: Dimitri Verhulst, De zomer hou je ook niet tegen

2016: Esther Gerritsen, Broer

2017: Herman Koch, Makkelijk Leven

2018: Griet op de Beeck, Gezien de feiten

2019: Jan Siebelink, Jas van belofte

2020: